Werkwijze
Verloop van een dagdeel
Pedagogisch beleid
Signaleren
Volgen
Informatieoverdracht
Wenperiode
Ouderbetrokkenheid
PUK en KO 
In de peuterspeelzaal krijgen kinderen van 2½ tot 4 jaar gedurende één of meerdere dagdelen per week gestructureerde aandacht en begeleiding bij het individueel en samen spelen. Per groep zijn maxiamaal 15 peuters geplaatst. Onder deskundige leiding van twee gediplomeerde leidsters zijn er diverse spelmogelijkheden waarbij aandacht wordt besteed aan het stimuleren van de sociale, emotionele, motorische en cognitieve ontwikkeling van de peuter. De peuterspeelzaal kan spelmogelijkheden bieden die thuis om praktische redenen vaak niet mogelijk zijn. Wij werken met het totaal stimuleringsprogramma van Puk en Ko. Het samen spelen met leeftijdgenootjes, het leren delen van zowel aandacht als materiaal en het naar elkaar leren luisteren zijn bijzonder belangrijk voor de ontwikkeling van het kind. De peuter maakt immers een grote ontwikkeling in korte tijd door. Een peuter naar de peuterspeelzaal brengen kan positief zijn voor zowel het kind als voor de ouder. De ouder heeft een paar uurtjes de handen vrij en wat tijd voor zichzelf en ontmoet daarnaast andere ouders met een kind in dezelfde leeftijd. Bovendien kan de ouder via de peuterspeelzaal de kennis over opvoeding en opvoedingsproblemen verrijken.
Tot slot kunnen leidsters een rol spelen bij het signaleren van mogelijke ontwikkelingsachterstanden bij een peuter.
Hoe verloopt een dagdeel op de peuterspeelzaal?
- Als de peuter gebracht wordt mag hij/zij eerst lekker vrij spelen.De verschillende speelhoeken worden aangepast aan het actuele thema waarmee gewerkt word. Ook kan het kind samen met een leidster een spelletje doen of met de andere peuters spelen. Op de locaties zijn verschillende speelhoeken zoals een poppenhoek, bouwhoek, leeshoek, verfbord, zand en watertafels. De activiteiten vinden plaats binnen een thema dat aan de orde is.In kleine groepjes, individueel met een leidster of in de grote groep.
- Na het vrije spel wordt er een kring gemaakt waarin de peuter zoveel mogelijk zijn/haar verhaal kwijt kan. In de kring wordt er gezongen, spelletjes gedaan, voorgelezen, limonade gedronken en een cracker gegeten.Ook hier worden Puk activiteiten gedaan in de kring waar uiteraard Puk een rol in speelt.
- Na de kring kan een groepsactiviteit volgen zoals samen plakken, kleien of verven. De peuter wordt zoveel mogelijk bij het groepsgebeuren betrokken maar als hij/zij liever iets anders wil doen, dan mag dat ook.
- Als het mooi weer is gaat de leidster naar buiten. Bij minder mooi weer kan gebruik worden gemaakt van het speellokaal van de basisschool.
- Tegen het einde van de ochtend/middag wordt er samen fruit gegeten.
- Daarna wordt de peuter weer door de ouders opgehaald.
De leidster besteedt extra aandacht aan festiviteiten zoals Sinterklaas, Kerst, St. Maarten en verjaardagen. Het hele jaar door wordt gewerkt met thema’s. Hierin worden activiteiten op verschillende niveau’s en in verschillende combinaties uitgevoerd. Van elk thema wordt een speel en verteltafel gemaakt.Peuters gaan creatief ook aan de slag binnen het thema en overal wordt Puk, de handpop, bij betrokken. Ook de ouders worden hierbij betrokken door hen materialen, leesboekjes etc mee naar huis te geven of door samen metr de ouders en de peuters een thema af te sluiten. Op een aantal groepen zijn voorleesvrijwilligers actief om zo nog meer aandacht en tijd te besteden aan voorlezen en taalactiviteiten.
Pedagogisch beleid
De SPS onderschrijft de 4 pedagogische basisdoelen zoals die in de Wet Kinderopvang zijn geformuleerd (door prof. Riksen-Walraven). Het bieden van sociaal-emotionele veiligheid, het ontwikkelen van de persoonlijke en sociale competenties van een kind en het zorg dragen voor de overdracht van waarden en normen (cultuuroverdracht).
Op basis van het spel en het gedrag van de peuter zal de leidster de peuter stimuleren en variaties aanbrengen om het een stapje verder te laten gaan. Daarvoor heeft de leidster oog voor de ontwikkelingsfase van de afzonderlijke kinderen en biedt de leidster speelgoed en activiteiten aan die uitdagen en waar peuters wat mee kunnen ontdekken. Uitgangspunt daarbij is wat de peuters wel kunnen en niet dat wat ze niet kunnen. De leidster moet adequaat reageren op de signalen van de peuters. Hoewel het initiatief voornamelijk bij de peuters ligt is het belangrijk dat de leidster ook sturend kan optreden. In het stimuleren van spel speelt uitdagen, ontdekken en belonen een grotere rol dan reguleren en straffen.
Gedragsverandering wordt bevorderd door het aangeven dat gedrag als negatief wordt ervaren (zowel naar het kind toe als naar de andere kinderen) en het stimuleren en benadrukken van positief gedrag (belonen, voorbeeldfunctie).
Belangrijk is dat de houding naar het kind dat negatief gedrag vertoont niet kwetsend is voor het kind.
De peuters moeten zich in een grote mate van vrijheid door de ruimte kunnen begeven. Wel is het nodig om in het belang van de kinderen (veiligheid, ontwikkelingsruimte) enkele grenzen/regels te stellen (bijvoorbeeld niet de ruimte verlaten, elkaar geen pijn doen, respect hebben voor elkaar en het materiaal). Deze grenzen/regels zijn in sommige gevallen absoluut, maar in veel gevallen zijn het subjectieve grenzen die afhankelijk zijn van de leidster en de groep.
De grenzen/regels die gesteld worden moeten wel duidelijk zijn, ze moeten consequent worden toegepast, ze moeten vaak worden herhaald en moeten ook worden onderkend door en aanvaardbaar zijn voor de ouders.
Het belangrijkste is en blijft dat plezier in het spel voorop staat.
Het gehele pedagogisch beleidsplan ligt ter inzage op de locaties.
Op de locaties zijn ook de inspectierapporten van de GGD in te zien.
Opleidingseisen
De pedagogisch medewerkers zijn allemaal in het bezit van minimaal een gerichte MBOopleiding (zoals SPW3 of 4) Alle pedagogisch medewerkers hebben de BHV cursus gevolgd en doen jaarlijks de bijscholing hiervoor.
Alle vaste medewerkers zijn VVE geschoold (OBD en Vversterk cursus)en gecertificeerd om met het programma Puk en Ko te werken.
Signaleren
De ontwikkeling loopt niet voor ieder kind gelijk. De ene peuter is sneller met praten en de ander is motorisch vaardiger. Als Stichting Peuterspeelzaal Schagen vinden wij het heel belangrijk dat een jonge peuter zich kan ontwikkelen in zijn/haar tempo. Een kind op de peuterspeelzaal moet dit spelenderwijs kunnen doen. Toch komt het voor dat de peuter op een bepaald ontwikkelingsgebied best wat stimulans kan gebruiken. De leidsters signaleren deze behoefte en gaan daar op in middels extra aandacht (activiteit) op een bepaald ontwikkelingsgebied. Vroegtijdig signaleren van een ontwikkelingsprobleem is belangrijk om hier adequaat op in te kunnen spelen en zo vroeg mogelijk hulp te kunnen bieden.
Volgen
De SPS werkt met een peutervolgsysteem en elke peuter zal in de speelzaaltijd 3 keer geobserveerd worden, 6 weken na plaatsing(na de wenperiode),op 3 jarige leeftijd en als de peuter bijna 4 jaar is. Dit gaat voor de peuters ongemerkt want de leidsters observeren eigenlijk altijd, alleen wordt het drie maal ook geregistreerd. Door deze methode is het mogelijk om peuters in een doorgaande lijn te volgen en groei in de ontwikkeling te kunnen weergeven. Onderwerpen die aan de orde komen zijn o.a. motorische ontwikkeling, zelfredzaamheid, samenspelen, spraaktaalontwikkeling, weerbaarheid en welbevinden. Bij twijfel over de ontwikkeling kunnen een tweetal testjes (de peuters zien het als een spelletje) afgenomen worden om beter zicht te krijgen. De ouders worden tevoren hiervan op de hoogte gebracht.Een pedagoog begeleid de leidsters in hun werken met de peuters. De pedagoog is in dienst bij Stichting Voor School(Den Helder)waar de SPS intensief mee samen werkt. De pedagoog wordt voor 5 uur per week ingezet voor deze begeleiding.
Informatieoverdracht
Overdracht van de gegevens van uw peuter naar de basisschool is belangrijk voor de peuter omdat er zodoende geen kostbare tijd verloren gaat en een aansluitende vervolgaanpak van het omgaan met het kind mogelijk gemaakt wordt. De ontwikkelingslijn wordt dan ook verder gevolgd in het basisonderwijs. De gegevens kunnen van belang zijn voor de groepssamenstelling op de basisschool. Voor het overdragen van de gegevens heeft de SPS de toestemming van de ouders nodig. De toestemming wordt gevraagd na het gesprek over de overdrachtgegevens die naar de basisschool gaan. Het overdrachtsformulier is een leidraad voor een gesprek met de ouders over de ontwikkeling van het kind.
Rond de 4 jarige leeftijd stelt de leidster de overdracht op en legt deze ter inzage aan de ouder waarna die worden overgedragen. Na iedere observatie zal de leidster de ouders op de hoogte brengen van de ontwikkeling van hun kind. Uiteraard kan de ouder altijd met vragen of opmerkingen terecht bij de leidster. Met de gegevens over peuters en ouders wordt vertrouwelijk omgegaan volgens de privacywet.
Wat houdt de wenperiode in?
Als de peuter de eerste keer komt is het het beste 10 minuutjes later komen, dan heeft de leidster meer tijd ouder en kind.
De ouder gaat met het kind de speelzaal verkennen en samen wat spelen. Ontdekken wat er allemaal te doen is op de speelzaal. De leidster heeft nog informatie voor de ouder over het reilen en zeilen in de groep.Het verschilt per peuter hoe deze de speelzaal, al het nieuwe materiaal en kinderen ervaart.
In overleg met de leidster kan de ouder afspreken of en hoe lang al even weggegaan wordt of dat de ouder de hele ochtend blijft. Dit kan de keren erna afgebouwd worden zodat de ouder steeds wat langer weg kan blijven. Als de ouder weggaat is het belangrijk om dat tegen de peuter te zeggen. Zeker in het begin is ’t fijn om samen met de leidster afscheid te nemen en te zwaaien.
Voor veel peuters is afscheid nemen best moeilijk. Resoluut zijn is dan ook erg belangrijk. Als de ouder zegt dat hij/zij gaat, kun je dat als ouder ook maar beter doen. De leidster vangt het kind dan op.
De ouder kan altijd de speelzaal bellen om te horen hoe het gaat. Als het helemaal niet gaat belt de leidster de ouder op.
Ouderbetrokkenheid
Op 1 groep (halve groep) staat nog 1 leidster met een vrijwilligster.Op de andere groepen staan 2 leidsters. De SPS vindt het wenselijk om op alle groepen te werken met 2 gediplomeerde leidsters. Hierdoor is de verplichting om ouderhulp te draaien op die groepen komen te vervallen. Wij blijven werken aan onze doelstelling overal 2 leidsters in te zetten. De ouderbetrokkenheid zal dan op een andere manier ingevuld worden en vorm krijgen binnen het peuterspeelzaalwerk.Ouders mogen altijd kenbaar maken als zij eens een ochtend of een middag willen meewerken om te zien hoe hun kind op de speelzaal speelt. Ouders worden een aantal keer per jaar uitgenodigd om samen met de peuters het thema af te sluiten, voor een koffie ochtend of een ouderavond. Ouders ontvangen vooraf aan een thema een nieuwsbrief hierover met tips, activiteiten, woorden etc.
Puk en Ko
Na een aantal jaar gewerkt te hebben met het taalstimuleringsprogramma van Boekenpret is er in 2011 gekozen te gaan starten met het totaal programma van Puk en KO.Dit programma stimuleert de brede ontwikkeling van peuters want de eerste stapjes van taal,rekenen en sociale vaardigheden komen aan bod op een zeer spelende wijze. In de groepen wordt met steeds wisselende thema’s gewerkt en hierbij wordt de pop PUK ingezet. PUK doet nl alles mee met de peuters. Hij vertelt samen met de leidsters wat er gaat gebeuren, stelt vragen, verbaasd zich en leert van harte mee! Ook de inrichting van het speellokaal verandert naargelang het thema dat aan de orde is.Zo kan een poppenhoek een ziekenhuis of een winkel worden.
Spelend leren en ontwikkelen.Peuters spelen het liefs de hele dag en spelen is leren! Spelen stimuleert de ontwikkeling.Spelenderwijs worden peuters vaardigheden bijgebracht die vooral ook zorgen voor een soepele overgang naar het primair onderwijs.In de groep wordt met 10 thema’s gewerkt en elk thema omvat weer 10 activiteiten.De activiteiten kunnen in de hele groep maar ook in kleine groepjes worden aangeboden.Er zijn verschillende niveaus waarop de activiteiten aangeboden kunnen worden.Elk thema zal ongeveer 4 a 5 weken in beslag nemen.Per jaar zullen minimaal 7 thema’s behandeld worden. De activiteiten passen prima in het gebruikelijke ritme van de peuterspeelzaal en zijn gerangschikt naar de volgende momenten: binnenkomen, begeleid spelen, kring, voorlezen, eten en drinken, spel in de grote groep, naar huis gaan.Er zijn verschillende soorten activiteiten: spel (begeleid of “vrij”spel), spel in een themahoek, ontdekken, knutselen, voorlezen in grote en kleine groepen, eten en drinken, kringspel, kringactiviteit, expressie en bewegen(binnen en buiten).
- Terug naar boven -
